In eigener Sache: Else-Otten-Preis 2019

 Quelle: Vlaams Fonds voor de Letteren.

Else Otten Übersetzerpreis 2018 voor Ira Wilhelm

De jury van de Else Otten Übersetzerpreis heeft besloten de tweejaarlijkse prijs toe te kennen aan Ira Wilhelm voor ‘Die Fremde’, haar vertaling van ‘De Bekeerlinge’ van Stefan Hertmans. De prijs is goed voor een bedrag van 5.000 euro en wordt in het voorjaar van 2019 in Berlijn uitgereikt.

Ira Wilhelm is een bijzonder ervaren vertaler van fictie, non-fictie en poëzie. Ze vertaalde onder meer werk van Harry Mulisch, Lieve Joris, Erwin Mortier en Oscar van den Boogaard in het Duits. Van Stefan Hertmans vertaalde ze eerder al ‘Oorlog en Terpentijn’ (‘Der Himmel Meines Grossvaters’, Hanser Berlin), waarmee ze op de shortlist van de Else Otten Übersetzerpreis van 2016 prijkte. Met ‘Die Fremde’ (Hanser Berlin, 2017) sleept ze de prijs dit jaar in de wacht.

Wilhelms vertaling getuigt, aldus de jury, van een bijzonder scherpe lectuur, van stilistische zekerheid en van een enorme taalcreativiteit. Uit het juryverslag: “Nergens komt Ira Wilhelm in de verleiding om gemakshalve te dicht bij de oorspronkelijke tekst te blijven. Ze zoekt naar passende oplossingen om tot een nieuw literair werk te komen dat recht doet aan de geest en de creatieve kracht van Hertmans’ roman. Ze heeft op die manier een Duitse literaire tekst geschreven, die precies door de weloverwogen afwijkingen het origineel weet te evenaren. De jury eert in Ira Wilhem een moedige, creatieve en vastberaden vertaalster.”

Over de prijs

Met de Else Otten Übersetzerpreis bekronen het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren elke twee jaar de beste Duitse vertaling van een Nederlandstalig boek. Aan de prijs is een bedrag van 5.000 euro verbonden. Eerdere winnaars zijn Annette Wunschel, Bettina Bach, Rainer Kersten, Gregor Seferens, Marlene Müller-Haas, Helga van Beuningen, Hanni Ehlers, Waltraud Hüsmert, Andreas Ecke en Christiane Kuby. De jury voor deze editie bestond uit Lutgart Missinne van de universiteit van Münster en vertalers Bettina Bach en Annette Wunschel.  

Else Otten (1873-1931), naar wie de prijs is vernoemd, was in de vorige eeuw een van de actiefste vertalers van Nederlandstalige literatuur in het Duits. Zij vertaalde ‘Majesteit’ van Louis Couperus (‘Majestät’, 1895) en werk van onder meer Frederik van Eeden, Justus van Maurik en Herman Heijermans.
gepubliceerd op: 2018-12-04
 ***

Quelle:Nederlands Letterenfonds,  hier.

Else Otten Übersetzerpreis 2018 voor Ira Wilhelm

4 december 2018
De jury van de Else Otten Übersetzerpreis heeft besloten de tweejaarlijkse prijs toe te kennen aan Ira Wilhelm voor Die Fremde, haar vertaling van De bekeerlinge van Stefan Hertmans. De prijs is goed voor een bedrag van 5.000 euro en wordt in het voorjaar van 2019 in Berlijn uitgereikt.
Ira Wilhelm is een bijzonder ervaren vertaler van fictie, non-fictie en poëzie. Ze vertaalde onder meer werk van Harry Mulisch, Lieve Joris, Erwin Mortier en Oscar van den Boogaard in het Duits. Van Stefan Hertmans vertaalde ze eerder al Oorlog en terpentijn (Der Himmel Meines Grossvaters, Hanser Berlin), waarmee ze op de shortlist van de Else Otten Übersetzerpreis van 2016 prijkte. Met Die Fremde (Hanser Berlin, 2017) sleept ze de prijs dit jaar in de wacht.
Wilhelms vertaling getuigt, aldus de jury, van een bijzonder scherpe lectuur, van stilistische zekerheid en van een enorme taalcreativiteit. Uit het juryverslag: “Nergens komt Ira Wilhelm in de verleiding om gemakshalve te dicht bij de oorspronkelijke tekst te blijven. Ze zoekt naar passende oplossingen om tot een nieuw literair werk te komen dat recht doet aan de geest en de creatieve kracht van Hertmans’ roman. Ze heeft op die manier een Duitse literaire tekst geschreven, die precies door de weloverwogen afwijkingen het origineel weet te evenaren. De jury eert in Ira Wilhem een moedige, creatieve en vastberaden vertaalster.”

Over de prijs

Met de Else Otten Übersetzerpreis bekronen het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren elke twee jaar de beste Duitse vertaling van een Nederlandstalig boek. Aan de prijs is een bedrag van 5.000 euro verbonden. Eerdere winnaars zijn Annette Wunschel, Bettina Bach, Rainer Kersten, Gregor Seferens, Marlene Müller-Haas, Helga van Beuningen, Hanni Ehlers, Waltraud Hüsmert, Andreas Ecke en Christiane Kuby. De jury voor deze editie bestond uit Lutgart Missinne van de universiteit van Münster en vertalers Bettina Bach en Annette Wunschel.
Else Otten (1873-1931), naar wie de prijs is vernoemd, was in de vorige eeuw een van de actiefste vertalers van Nederlandstalige literatuur in het Duits. Zij vertaalde Majesteit van Louis Couperus (Majestät, 1895) en werk van onder meer Frederik van Eeden, Justus van Maurik en Herman Heijermans.

Meer informatie

Stefan Hertmans "Die Fremde" für Euregio-Schüler-Literaturpreis 2019 nominiert



Euregio-Schüler-Literaturpreis

Zur zeitgenössischen Literatur gehört es, dass sie sich ins Leben wirft. Wenn dieser Wurf dann noch über Sprach- und Landesgrenzen hinweg geht und auf die Neugier und das Urteil einer jungen Leserschaft trifft – voilà, das ist er, der Euregio-Schüler-Literaturpreis. Frischer geht es kaum, und teilzunehmen macht kundig, agil, und vor allem: Freude.
Das Projekt verbindet das Nächstliegende: die drei Nachbarsprachen der Euregio Maas-Rhein, junge Leute aus Belgien, den Niederlanden und Deutschland; es verbindet Schulen mit Schulen, Leser mit Autoren, kritische Betrachtung mit preiswürdigen Werken; es macht Bildung zur lebendigen Erfahrung eigener Zuständigkeit und Kompetenz.
In den Wettbewerb treten jeweils zwei aktuelle Werke des deutschen, französischen und niederländischen Sprachraums, insgesamt sechs Titel, die auch als Übersetzungen vorliegen. Dann beginnt das Lesen, Kommentieren und Diskutieren, immer über Tellerränder hinaus und hinein in erweiterte Horizonte. Wenn zuletzt die Schüler-Jury, bestehend aus rund 400 Schüler/innen aus 25 Schulen, ihr Lieblingsbuch wählt und ihren Preis vergibt, sind es vor allem die jungen Leute, die gewonnen haben.
Der Preisträger erhält € 5.000,- und die beiden Übersetzer/innen des Siegertitels in die jeweils anderen Sprachen erhalten je € 1.000,- gestiftet von der Bürgerstiftung für die Region Aachen und dem EuregioKultur e. V.
Quelle: hier 

Die Nominierten 2019

Nominierungen 2019


Isabelle Autissier


Soudain, seuls
Stock (2015) / Le Livre de Poche (2016)
Herz auf Eis
Mare (2017)
Übersetzung: Kirsten Gleinig
Plotseling, alleen
De Bezige Bij (2016)
Vertaling: Floor Borsboom

Shida Bazyar


Nachts ist es leise in Teheran
Kiepenheuer und Witsch (2016)
Les nuits sont calmes à Téhéran
Slatkine & Co (2018)
Traduction : Barbara Fontaine
's Nachts is het stil in Teheran
Nieuw Amsterdam (2017)
Vertaaling: Irene Dirkes

Stefan Hertmans

Essay ESLT 2018 in Rom

European School of Literary Translation 2018

13 november 2018 - ELV Nieuws
Van 11-14 september vond de tweede editie van de European School of Literary Translation (ESLT) Summer School plaats in Rome. Dertien literair vertalers uit verschillende landen in Europa en daarbuiten verdiepten zich in het literair vertaalonderwijs. Vijf van hen waren vertalers uit het Nederlands.
ESLT 2018
De ESLT is een Europees ‘Train de trainer’-programma, wat bestaat uit lezingen, workshops, paneldiscussies en seminars. Het komt voort uit het PETRA-E Netwerk en als basis dient de Europese Leerlijn Literair Vertalen (www.petra-education.eu). Samen met de British Centre for Literary Translation, de Link Campus Universiteit Rome en de Fondazione San Pellegrino is het ELV één van de vier Europese organisatoren. Dit jaar stonden didactiek van het literair vertalen in het algemeen, digitale hulpmiddelen en de toepassing van de PETRA-E Leerlijn centraal. Eén van de cursisten, Ira Wilhem (vertaler Nederlands-Duits) schreef er een persoonlijk essay over.

Over het belang van een getrainde taalspier

door Ira Wilhelm

Onder een strakblauwe hemel, in de hitte van een late zomer en in het oude Palazzo van de Link Campus University in Rome braken deelnemers en docenten zich het hoofd over de vraag hoe digitale hulpmiddelen het werk en het leven van een vertaler kunnen verbeteren en hoe je kennis over het vertalen het best aan de volgende generatie verder kunt geven. CATMA, PETRA-E Framework en andere technische tools werden voorgesteld, maar met Lawrence Venuti verscheen ook een beroemdheid in levenden lijve.


De European School of Literary Translation (ESLT) 2018 was bedoeld voor docenten en vertalers die vertalers opleiden. Eén van de thema’s: de rol van digitale hulpmiddelen bij het vertalen.

Technische tools

De kennismaking met digitale tools stond voorop. Ons werd gevraagd om ter voorbereiding kennis te maken met de volgende programma’s: Sketchengine, CATMA, Voyant tools en LF Aligner. Het zijn tools om een tekst op taalniveau te analyseren. Daarbij gaat het om de volgende vragen: hoe vaak komt een woord in een tekst voor? Is het woord gebruikelijk of niet? Wat is de gemiddelde lengte van een zin?
Toen ik in de jaren tachtig vergelijkende literatuurwetenschap studeerde, volgde ik een college over de verschillende vertalingen van James Joyce’s Ulysses. Ik hield een presentatie waarvan ik – het is meer dan dertig jaar geleden – het precieze onderwerp ben vergeten. Ik herinner mij wel dat ik onder meer over een bepaald motief sprak dat in de roman bijzonder vaak voorkwam. Van professor Harald Weinrich had ik geleerd om met een potlood te lezen en de laatste lege pagina’s van een boek voor annotaties te gebruiken. Ik zette dus elke keer een streepje als ik het motief tegenkwam. Bij mijn presentatie zei ik dat het motief een x aantal keren voorkwam, waarop de docent mij onderbrak en mij verbaasd vroeg hoe ik dat wist. Ik begreep zijn vraag niet, haalde mijn schouders op en antwoordde laconiek: ‘Ik heb het boek gelezen’.
Praktijk en theorie van het vertalen vormen een dichotomie. Voor mij als vertaler die heel onregelmatig aan de universiteit doceert, af een toe een mentoraat heeft of een workshop geeft bestaat er nog een soort super-dichotomie: praktisch vertalen versus digitale tekstanalyseprogrammaʼs. Ik ben sceptisch en sta wantrouwend tegenover alles wat de intimiteit tussen mij en de tekst wil verstoren. En precies dat doen de tekstanalyseprogrammaʼs. Mijn vraag luidt: zou je na tien pagina’s van een roman te hebben gelezen er niet zelf op komen wat de gemiddelde lengte van een zin is? Het lijkt alsof deze tools je ervan willen weerhouden te doen wat aan het begin, in het midden en aan het eind van het vertalen staat: lezen.

PETRA-E Leerlijn Literair Vertalen

Indrukwekkend, maar is het nuttig voor professionele vertalers?
Als ik vroeger de mogelijkheid had gehad om naar de PETRA-E-Leerlijn te kijken, dan was mij een flinke portie frustratie bespaard gebleven. Hoewel ik vrij lang vertaal en een behoorlijk aantal titels heb vertaald, kan ik er niet van uitgaan dat ik voortdurend opdrachten krijg. Van het vertalen alleen kan ik niet leven en dat veroorzaakt frustratie en onrust omdat ik altijd op zoek ben naar weer een ander bijbaantje.
Ik zou liegen als ik niet zou toe geven dat ik het systeem de schuld geef. Maar nog niet zo lang geleden stelde ik vast dat dit iets te gemakkelijk was. Ik was een deel van het probleem. Want een belangrijk deel van het vertalersvak, de publieke taak − lezingen, beurzen, conferenties, overal waar veel mensen bij elkaar komen − is niet aan mij besteed. Ik zit liever thuis te lezen. Ik ben er zelden in geslaagd om op eigen kracht een opdracht binnen te halen. Dat leidde ertoe dat ik tegen mezelf zei: als dat een belangrijk deel van het vertalen is en als ik dat niet kan, dan ben ik geen goede vertaler. Dit inzicht maakte mij rustig, de druk viel van mij af.
Zoals ik zei: door een blik in de PETRA-E Leerlijn was mij veel irritatie bespaard gebleven, want daar zijn de vaardigheden die de ʻprofessionele competentieʼ evalueren samengevat in descriptoren als ʻkan aan een netwerk deelnemen en de voordelen ervan benuttenʼ of ʻbeschikt over ondernemerskwaliteitenʼ. Maar in het geheel is de Leerlijn volgens mij minder bedoeld ter evaluatie van de vaardigheden van een vertaler als een onderdeel van een opleidingsprogramma: ʻHoe word ik een professionele vertaler’. Het noemen van de vaardigheden betekent nog lang niet dat je de vaardigheden ook kunt invullen − zelfs als je dat wilt. Een het niet-kunnen-invullen van een categorie zegt niets over je vaardigheden in een andere. Maar het is wel zo dat je van het vertalen alleen echt kunt leven, zonder frustratie en bijbaantjes, als je het grootste deel van de descriptoren inderdaad kunt invullen en daar zijn de belangrijkste niet de descriptoren die het hebben over taalvaardigheid en creativiteit. Een descriptor mis ik overigens: ʻMoet een obsessieve lezer zijnʼ.

Venuti

Ik wist eerlijk gezegd niet dat Lawrence Venuti zo’n coryfee was! Als praktisch vertaler ben je meer met bronteksten bezig dan met theorieën over het vertalen.
Lawrence Venuti zat vanaf de eerste dag achter in de collegezaal van de Link Campus in Rome. Hij zat daar niet alleen op de dag van zijn keynote-lezing, niet alleen in de ochtend van zijn keynote-lezing of het uur voor zijn keynote-lezing, nee, hij zat daar alle drie dagen van de ESLT, van ʼs ochtends vroeg tot in de namiddag, hij maakte af en toe opmerkingen, voegde iets toe, stimuleerde de discussies, sprak met iedereen, luisterde aandachtig, ging mee op een borrel, nodigde de deelnemers uit − dat is wellicht een Amerikaanse traditie, want Europese academici heb ik dat nooit zien doen. Ook zijn keynote-lezing hield hij op zijn Amerikaans: luid, provocatief en zelfverzekerd. Hij legde zijn hermeneutische manier van vertalen uit die de theorie omarmt. Ik weet niet of ik het niet heb begrepen of dat het zo is als ik denk: wat hij beschrijft is dat wat een vertaler met ervaring al lezend en vertalend werktuigelijk doet.
Ik citeer uit mijn geheugen: ʻVeel vertalers zijn niet geïnteresseerd in theorie, ze koesteren hun anti-intellectuele houdingʼ. Ik heb een aantal vertaaltheorieën gelezen en ze heel snel vergeten. Maakt mij dat tot een anti-intellectueel? Of: ʻAls je bij het vertalen vastzit, dan kan de vertaaltheorie je helpenʼ. Maar hoe werkt zoiets eigenlijk? Je zit aan je schrijftafel in je werkkamer en wordt geconfronteerd met een probleem waarvan je weet dat je het zelf moet oplossen. Eenzaamheid heeft voor vertalers een andere naam. Maar de theorie als conspirant, vriend en helpende hand? Ik geloof er niet in en ik durf te voorspellen, dat ik er ook niet in zal geloven nadat ik het beroemde boek van Venuti wel heb gelezen. Wat ik zeker ga doen.
In de afsluitende evaluatieronde bracht een medecursist haar angst onder woorden, hoe en wat het betekent om een vertaler te worden. Haar ervaring tijdens de ESLT vatte ze als volgt samen: ze was er nu van overtuigd dat het belangrijkste wat zij nodig zou hebben de theorie was.
Theorie als levensmiddel, theorie als hulpmiddel voor vertalers. Ik weet het niet.
Theorie als middel om de synapsen in je hersenen te vermenigvuldigen: ja, natuurlijk. Maar is het niet belangrijk om ook een andere spier te trainen? Taal is ook een spier die hoognodig getraind moet worden − door te lezen. Een getrainde taalspier levert namelijk wel oplossingen op als je vastzit en dat gaat vanzelf! Mijn mantra is dus het volgende en is afkomstig van mijn favoriete auteur Lawrence Sterne: ʻRead, read, read, read, my unlearned reader! Read.ʼ Sterne eist het maar liefst vijf keer, ik zou een zesde keer toevoegen, niet alleen voor mijn medecursist: Lees!
Toch is het gelukt: vertalers en theoretici over het vertalen kwamen bij elkaar. Je leert er altijd iets van en het helpt zeker om af en toe op te staan van je eenzame plek aan je schrijftafel. Ik mis dus nog een ander descriptor in het PETRA-E Leerlijn in de categorie voor de professionele vertalers en experts: ʻneemt deel aan summer schoolsʼ.
Alsof ze profetisch het grondleggend conflict van deze inspirerende dagen voorzien heeft, noemde een medecursiste Belén Santana een boek, dat net is verschenen en dat ze samen met Vera Gerling heeft uitgegeven: Literaturübersetzen als Reflexion und Praxis. Het is in het Duits geschreven en dat is weer een gelukje voor mij.

Zu finden: hier.
ESLT PETRA-E

knowbotiq auf der Interkultur Ruhr

Quelle: hier

 knowbotiq: AMAZONIAN FLESH

Fr. 23.11.2018, 18:00 Uhr bis So. 25.11.2018, 22:00 Uhr
Neue Imaginationen des Arbeitskampfes. Ortserkundung, Installation und Gespräch in Dortmund
An mehreren Orten im Ruhrgebiet hat die digital organisierte Logistikindustrie den Platz der alten Schwerindustrie eingenommen. Wie in der Kohleförderung und Stahlproduktion vergangener Zeiten arbeiten auch in den modernen Logistikzentren Menschen mit sehr unterschiedlichen Herkünften, Geschichten und Erfahrungen zusammen. Die Organisation von Arbeit hat sich durch digitale Technologien (z.B. Robotik, Tracking, Feedbackschleifen) und immer selbstständiger agierende Maschinen (z.B. Bots, künstliche Intelligenzen) jedoch sehr verändert.
Die Künstler*innengruppe knowbotiq lädt gemeinsam mit Expert*innen aus Kultur, gewerkschaftlicher Arbeit und Wissenschaft ein zu einer Erkundung der neuen logistischen Landschaften im Ruhrgebiet und neuen Formen von Arbeit in einer algorithmisierten Wirtschaftswelt. Vom konkreten lokalen Beispiel des Dortmunder Logistikparks Westfalenhütte ausgehend werden an drei Stationen aktuelle und mögliche künftige Formen von Arbeitskampf, Solidarität und Muße diskutiert sowie eine Gesellschaft nach der Lohnarbeit thematisiert und künstlerisch fabuliert, die sich mit der Automatisierung und Digitalisierung eröffnet.
Am Samstag, den 24. November 2018, findet ein umfangreicher Veranstaltungstag statt. Die Ausstellung ist vom 23. bis zum 25. November 2018 in the black frame Dortmund zu sehen.
PROGRAMM AM 23. UND 24. NOVEMBER 2018
the black frame, Westfalenhütte, Schauspielhaus / Studio Dortmund
Freitag, 23. November 2018
Amazonian Flesh – how to hang in trees during strike
18:00 Uhr Eröffnung der Ausstellung von knowbotiq
Adresse: the black frame, Hoher Wall 15, 44137 Dortmund-Mitte
Die Künstler*innengruppe knowbotiq untersucht in einer begehbaren Installation, wie algorithmische Unternehmen ihre Mitarbeiter*innen und Kund*innen in logistische Körper und Prozesse verwandeln, und erkundet, welche Freiräume und Praktiken des Unmittelbaren, des Unmessbaren und nicht-optimierbaren Kollektiven wir uns für den Arbeitskampf 4.0. schaffen können. knowbotiq spekuliert und fragt, ob sich für diesen Kampf künftig auch Bots und künstliche Intelligenzen – die eine immer wichtigere Rolle in dieser Wertschöpfungskette spielen – mit den Menschen solidarisieren würden.
Samstag, 24. November 2018
Amazonian Flesh – Black Box Plattform
13:00 Uhr Tour durch den Logistikpark Westfalenhütte
Treffpunkt: Bushaltestelle "Westfalenhütte" (Linie 416), Dortmund-Nordstadt (Nähe Borsigplatz)
Gemeinsamer Besuch des Logistikparks Westfalenhütte mit Erläuterungen und Kommentaren zum sozialen und arbeitspolitischen Strukturwandel durch die Logistik mit Karsten Rupprecht (ver.di), Moritz Altenried und Manuela Bojadzijev (Leuphana Universität Lüneburg), knowbotiq (Yvonne Wilhelm und Christian Huebler), Jochen Becker (metroZones).
Onlinehändler wie Amazon bestehen aus einem Verbund von Programmcodes, Herstellerfabriken, Warenverteilzentren und der sie verbindenden Logistik. Die urbanen Lieferketten sehen wir, weil ihre Lieferwagen die Straßen verstopfen, doch der Rest findet hinter verschlossenen Türen von Datenzentren, Containern oder Fulfillment-Centern statt. Was verbirgt sich hinter diesen "Black Boxes", und welche Arbeit haben die Menschen dort zu verrichten?
Amazonian Flesh – how to hang in trees during strike
16:00 Uhr Besuch der Ausstellung von knowbotiq
Adresse: the black frame, Hoher Wall 15, 44137 Dortmund-Mitte
Amazonian Flesh – Goldene Zukunft, vollautomatisiert und schwarz-weiß gemalt
20:00 Uhr Diskussionsabend & kurzer Filmbeitrag von knowbotiq, Schauspielhaus Dortmund/Studio
Adresse: Hiltropwall 15, 44137 Dortmund-Mitte
Algorithmische Unternehmen wie Amazon sind die Speerspitze der neuen Arbeitsverhältnisse in der digitalen Wirtschaft. Jede Bewegung, jeder Wunsch wird erfasst, ausgewertet und optimiert. Die Grenzen zwischen arbeitenden Körpern und Maschinen verschwimmen. Sie sind einfach Bestandteile einer sich dauernd ändernden Matrix der Wertschöpfung und Ausbeutung. Wer keine Höchstleitung bringt, der fliegt raus. Gleichzeitig sind solche Unternehmen offen für Menschen, die sonst kaum eine Chance auf dem Arbeitsmarkt haben.
Während die einen das Ende der Arbeit durch Automatisierung und die Knechtschaft unter dem Roboter fürchten und bekämpfen, ersehnen andere den „vollautomatischen Luxus-Kommunismus“, der uns bedingungsloses Einkommen verspricht. Ist der Mensch nur als Arbeitender zu denken, oder könnte man gerne auf all die „Bullshit Jobs“ verzichten, wenn denn der von den Maschinen produzierte globale Reichtum gerecht verteilt würde? Und was macht der Plattform-Kapitalismus eigentlich mit uns?
Mit Moritz Altenried (Leuphana Universität Lüneburg, Centre for Digital Cultures), Jochen Becker (metroZones – Center for Urban Affairs), Manuela Bojadzijev (Leuphana Universität Lüneburg & Berliner Institut für empirische Integrations- und Migrationsforschung), Clemens Melzer (FAU, Deliverunion), knowbotiq (Künstler*innengruppe)
Eintritt frei zu allen Veranstaltungen.
Die Künstler*innengruppe knowbotiq (Yvonne Wilhelm und Christian Hübler) experimentiert mit Formen und Medialitäten von Wissen, politischer Repräsentation und ‚epistemischem Ungehorsam‘. In ihren Projekten untersuchen und aktualisieren sie Landschaften des Politischen mit besonderem Augenmerk auf algorithmischer Gouvernementalität, Ökonomien des Affekts und postkolonialer Gewalt. knowbotiq unterrichten und forschen an der Zürcher Hochschule der Künste (ZHdK). www.knowbotiq.net

the.logistics

Video of the.logistics
Amazonian Flesh ist ein Projekt von knowbotiq in Kooperation mit Interkultur Ruhr, gefördert durch Pro Helvetia, das Kulturbüro Stadt Dortmund und das Bundeskanzleramt Österreich/Kunst und Kultur, unterstützt durch das Schauspiel Dortmund, the black frame Dortmund und das Forschungsprojekt "Re-configuring Anonymity".

Kuratiert von Fabian Saavedra-Lara (Interkultur Ruhr), Projektorganisation: Anneke Dunkhase

knowbotiq in Zusammenarbeit mit Nina Bandi (scripts), Nicola Buzzi (sounds), Pablo Alarcón und Ira Wilhelm

www.knowbotiq.net

DÜF Seminar Schreiberkundungen 2018



RIESENSPASS!


DÜF-Seminar: Schreiberkundungen. Creative Writing für Übersetzer

Das Seminar unter der Leitung von Marie Luise Knott und Uljana Wolf richtet sich an Übersetzerinnen, die Lust haben, mit Hilfe gezielter Schreibübungen ihre Sprachmuskeln zu trainieren, um für ihre Übersetzerarbeit neue Impulse zu erhalten.
Veranstaltungs-/Seminartermin: 10. November 2018 bis 14. November 2018 Bewerbungs-/Anmeldefrist: Bewerbung oder Anmeldung bis 15. September 2018
Das betrifft besonders Übersetzer lyrischer, sprachspielerischer, dramatischer Texte, aber nicht nur. Oft verführt die dichte Verknüpfung von Wort und Klang, von Inhalt und Form dazu, alles „richtig” machen zu wollen. Dabei sollte ein lyrischer Text nicht nur richtig sein, sondern vor allem sprachschöpferisch, lebendig. Aber wie macht man das, wie traut man sich, wieviel „darf” man? In diesem Seminar wollen wir zunächst ausgewählte Textbeispiele (Originale und Übersetzungen) diskutieren und im Anschluss mit verschiedenen Übungen und Aufgabenstellungen selber schreiben. Die Erfahrungen im Schreibprozess sollen durch weitere experimentelle Verfahren vertieft und intensiviert werden. Übersetzung – eine textgenerierende Form? Ziel ist die Erkundung kreativer Schreibtechniken an der Schnittstelle zwischen Übersetzen und Schreiben. Die Themen: Übersetzen und Überschreiben, traditionelle und experimentelle Übersetzungsverfahren; Generierung eigener Texte durch Schreibübungen; Arbeit an Klang, Reim, Verknappung, Streichen; Wortstellung.